Drie eeuwen geleden was het bier niet al te best!

Nu het de laatste dagen zomers warm is, is het mensdom dorstiger dan normaal. Daarom komt vandaag een bierpraatje zeer gelegen. Het is overigens bier ‘’uit de oude doos’’, om het met een zonderlinge beeldspraak te zeggen. Want het goudbruine gerstenat-met-schuimkraag, waarover we hier spreken is afkomstig uit 1665.

Drie eeuwen geleden was het biergebruik verhoudingsgewijze veel groter, omdat het bier destijds vrijwel de enige volksdrank was. De gewone man kende geen koffie of thee; chocomel, coca-cola en limonade waren nog onontdekte zaligheden. Er bestonden ook geen brouwerijen zoals nu, waarin de hoogste eisen aan de kwaliteit van het bier werden gesteld. Er werd door Jan en alleman gebrouwen; vele particulieren voorzagen zelf in de behoefte van het eigen gezin aan bier. Het bier dat in de herbergen geschonken werd, moest gebrouwen worden in het panhuis (het brouwhuis), dat eigendom was van de gebiedende Heer over de betrokken streek. Maar met dit voorschrift werd herhaaldelijk het handje gelicht. De herbergiers brouwden heimelijk voor eigen tapkast. Het was meer winstgevend. Maar het brouwsel was dan vaak van zeer slechte kwaliteit. Dit leidde tot ernstige misstanden.

Hiertegen keert zich ‘t besluit, dat na ‘n opgewonden vergadering van de schepenbank van Oirsbeek, op 12 juni 1665 werd genomen.

*

In het nieuwe voorschrift van deze schepenbank wordt er allereerst op gewezen dat in strijd met de bestaande bepalingen bijna overal door “’de werden’’ (de herbergiers) zelf bier wordt gebrouwen en wel met behulp van ‘’onderheff’’ (ondergist) of, wat nog erger is, met half ondergist en half bovengist (Dit zijn twee soorten gist, welke bij het brouwen een verschillende uitwerking hebben; het ene werkt zich uit naar onderen en vormt een bezinksel, het andere naar boven). Volgens de Oirsbeekse schepenbank heeft vooral het half om half gebruik maken van de beide gistsoorten een rampzalige uitwerking, want het leidt tot ‘’excessive’’ (buitensporige) dronkenschap. De ondergist was schadelijk voor de gezondheid, vooral bij zieke mensen (‘’prensepaelick aen seicke persoenen!’’), verzekerden de alwijze schout en schepenen. Ook komt het herhaaldelijk voor, dat als het vat vrijwel leeg is men ’t bezinksel van de ondergist (‘’den slick’’) aftapt en opdrinkt, waardoor dodelijke ziekten zijn veroorzaakt. Daarom wordt alle herbergiers in de Heerlijkheid Amstenrade gelast, voortaan alleen zuivere bovengist te gebruiken. Als zij opnieuw betrapt worden op het gebruik van ondergist, komt hun dit op een geldboete van vijf-en-twintig goudgulden te staan......

Het grappige is, dat tegenwoordig bij het brouwen alleen ondergist wordt gebruikt. Deze gist is uitstekend en volstrekt niet schadelijk. Het grote verschil is, dat thans wordt gebrouwen volgens wetenschappelijke methoden. Vroeger is vermoedelijk veel te veel gist gebruikt en dit zal kwalijke gevolgen hebben gehad.

*

Het aantal herbergen was destijds ook aanzienlijk groter dan nu. Juiste cijfers hierover zijn echter niet meer te achterhalen. Wij bezitten deze cijfers echter wel van omstreeks 1910 en dan blijkt, dat er zelfs toen veel meer café's waren dan tegenwoordig. Dat komt, omdat aan de inrichting van een café steeds hogere eisen worden gesteld.

Zo telde de kom van Oirsbeek, rond 1910 vier café's, waarvan twee met een beugel- en een met een kegelbaan. Later kwamen er nog drie café's bij! Thans zijn er nog twee. Het gehucht Gracht had zeven café's , waarvan twee met een beugelbaan. Nu is Gracht ‘’droog gelegd’’. Van de drie café's, welke Klein-Doenrade rond 1910 telde, is er nog een over. In Oppeven bezat men niet minder dan twintig, waarvan 5 met ‘n beugel- en een met ‘’n kegelbaan. Op het ogenblik zijn er nog vier en men is slechts een kegelbaan rijk. Doenrade had er dertien, waar er later nog enige bijkwamen. Dit aantal is verminderd tot zes.

Ja, ja we zijn sober geworden!. Onze dorst is vergeleken met die van de voorvaderen werkelijk bescheiden!

JOURNALIST.

Dit stuk is geschreven omstreeks de zestiger jaren van de vorige eeuw. Momenteel in 2007 is de situatie nog meer desastreus

Oirsbeek telt nog twee café's en een restaurant, Doenrade telt een café en een restaurant. Buiten beschouwing gelaten de gemeenschapshuizen, sportkantine’s en friture’s.

Oirsbeek