Huwelijken.  Gedurende de drie Zondagen, waarop het aanstaande huwelijk der verloofden in de kerk wordt afgekondigd, vieren de bruid en bruidegom feest op eenige plaatsen. Bruid en bruidegom ontvangen en geven ter dezer gelegenheid geschenken, welke dan “bruidstukken” genoemd worden. Bij het verlaten der kerk werpt de bruid ook op vele plaatsen broodjes of centen onder de jeugd. Op andere plaatsen wordt geld voor “huilbier” in eene mik gedaan, die de bruid averechts onder de menigte werpt. Geven de gehuwden niets dan schreeuwt de jeugd ‘’die kaal broed wurpt niks oet”, of “klieën in de tes”, dat is zemelen in de zak. Het huilbier dat in noordelijk Limburg zeer in gebruik was, was het afscheid van den jongeling aan zijn gezellen. Werd er geen huilbier gegeven, dan werd er zoolang  “gerammeld” (Sittard), “den beer uitgezonden” (Doenrade) of den ‘’ezel aangedreven”, dat is ketelmuziek gemaakt , tot zich de betreffende persoon van zijnen plicht kweet.

 

000

 

Uit:  Feesten, zeden,  gebruiken  en spreekwoorden. H. Welters 1877, heruitgave de Lijster Maasbree, 1982

 

Huilbier

Doenrade