Het stille klooster

 

Zachtjes klinkt het avondklokje.

Alles keert ter ruste neer

Vogelen zingen treurige liederen

't zonlicht daalt in het westen neer

Achter in het stille klooster

Zusters in hun zwarte dracht

Zij verplegen daar de lijders

Die gewond zijn aangebracht

Beide deuren staan wijd open

En een zuster treedt daar in.

Met een jongeling in haar armen

Die nooit meer ten strijde ging

Beide benen afgeschoten

En daarbij een rechterhand

Want hij had zo trouw gestreden

Voor zijn dierbaar vaderland

 

Aan de deur van het stille klooster

Klopt een droeve moeder aan

Ligt mijn zoon hier zwaar gewond soms

Ik zou zo gaarne tot hem gaan

Arme moeder sprak de zuster

Uwe zoon hij leeft niet meer

AI zijn Iijden is geleden.

Hij stierf voor zij land en eer

Bij het ziekbed aangekomen

Nam zij het witte doodskleed af

En in tranen stort zij neder

Delf voor hem en mij een graf

Op het kerhof ligt begraven

Eene moeder en haar zoon

En nu strijden zij voor eeuwig

Ja voor eeuwig voor gods troon

 

 

 

Liedjes van Jaantje Peeters